Boerehoun: toen en nu

Vanwege het geregeld naar voren komen van het begrip boerehoun of boerenhond, schrijf ik dit artikel. Aan de hand van het begrip boerehoun, neem ik u mee door een stuk cultuurhistorie van de Wetterhoun. Opvallend is dat tradities terugkeren in de toekomst van ons ras. Geneticus Pieter Oliehoek geeft daartoe een aanzet.

Omschrijving boerehoun
Ik onderscheid drie soorten boerehounen. Allereerst wordt daar de Wetterhoun met stamboom mee bedoeld en ook de rastypische exemplaren zonder stamboom. Daarnaast gaat het ook om een Wetterhounachtige hond. Dat is een exemplaar met duidelijke uiterlijke kenmerken van een Wetterhoun, alsmede het gedrag en karakter kennen overeenkomsten. Ten derde gaat het om een vergelijkbare hond inzake een aantal gebruiksfuncties en in zeker opzicht gedrag en karakter. Uiterlijk speelt geen overheersende rol, uitgezonderd formaat, en er kan zelfs sprake zijn van een onverwante relatie met de Wetterhoun.

Kennismaking 
Als ik omstreeks 1970 de Wetterhounen van de Sneeker bloemist Jan Kroon leer kennen, zijn dat exemplaren met een stamboom. Maar het gaat Kroon vooral om de gebruiksfunctie: zijn Wetterhounen houden katten buiten het terrein en uit de kassen. De Leeuwarder bloemist Frans Haven, in de jaren 1952-1968 voorzitter van de NVSW, houdt de Wetterhoun ook voor genoemde doeleinden. De Wetterhoun is in dit kader een pure erfhond, en heeft een stamboom.

Vanaf 1990 verdiep ik me meer in de geschiedenis en ontwikkeling van ons ras. In geregelde gesprekken met fokkers komt naar voren dat op den duur een boerehoun zou moeten worden ingekruist in de officiële populatie. In dit kader komt de boerehoun naar voren als een Wetterhounachtige hond zonder stamboom (omschrijving 2). In ieder geval zijn de fokkers zich bewust van het gegeven dat alsmaar eenzijdig doorgaan met het fokken van Wetterhounen met een stamboom, waaronder zeker veelvuldig gebruikte kampioenshonden, tot problemen leiden.

Geneticus dr.ir. Pieter Oliehoek
Op zaterdag 14 oktober 2017 was ik aanwezig bij een lezing van geneticus Pieter Oliehoek in Nijkerk, georganiseerd door OnzeStabyhoun. De wetenschapper sluit aan bij bovenstaand inzicht van onze voormalige fokkers, omdat zijn benadering ook gebaseerd is op traditie, inzicht en verantwoordelijkheid.

Traditie 
Oliehoek realiseert zich dat een hondenras is ontstaan uit diverse hondensoorten. De Wetterhoun behoort tot de groep van Waterhonden. Hij is familie van de Ierse Water Spaniël, de Engelse Water Spaniël (deze hond stierf uit rond 1900), Portugese Waterhond, Curly Coated Retriever en volgens mij ook van de Newfoundlander. Ieder type waterhond werd gekruist met inheemse honden. De gebruiksfunctie is bepalend voor de ontwikkeling van een hondensoort. In Groot-Brittannië zien we in de loop der eeuwen een geografisch patroon ontstaan met in tal van afzonderlijke regio’s eigen terriërsoorten en spaniëlsoorten. De gebruiksfunctie van een soort wordt ook bepaald door factoren als landschap, grondsoort, hoogte, water, prooidieren. Voor de toekomst van de Wetterhoun kunnen kruisingen van hierboven genoemde honden worden ingezet.

Inzicht 
Met nadruk wijst wetenschapper Oliehoek op de noodzaak van breed fokken, waarbij het begrip stamvader of founder een centrale rol speelt. Een zogeheten founder brengt zijn of haar andere genen in de Wetterhounpopulatie. Stamvaders of founders zijn dus nodig om een grotere en bredere genenbasis te realiseren. Vanuit Oliehoeks optiek kan een founder een boerehoun zijn met vergelijkbare gebruiksfuncties die een Wetterhoun zou kunnen vervullen, terwijl er tegelijk sprake is van een onverwante relatie. Deze founder zou bijvoorbeeld een kruising Curly Coated Retriever/Chesapeake Bay Retriever kunnen zijn. Bovendien komt deze founder uit dezelfde groep Waterhonden voort. Er is dus een zekere gemeenschappelijke cultuurhistorische achtergrond.

Verantwoordelijkheid 
Pieter Oliehoek legt in zijn verhaal op geheel open wijze de keus van: hoe te fokken, bij de individuele fokker neer. Binnen zijn benadering kan de betreffende fokker gewoon met zijn honden aan een show deelnemen. En de gehele opzet van Oliehoeks plan is uitvoerbaar binnen de officiële kynologie. Ook dat is pure winst.

Conclusie
Het begrip boerehoun kent dus diverse betekenissen. Relevant is dat we voor de toekomst van ons ras uitgaan van tradities, die eeuwenlang zijn gehanteerd. Wetenschapper Pieter Oliehoek begrijpt dat zeer goed. Daarnaast doorgrondt hij kynologische vraagstukken op zeer intelligente en prettige wijze. Fokkers betrekt hij bij oplossingen en respecteert hun keuzes. We kunnen een beetje optimistisch zijn.

Wiebe Dooper, Cultuurhistoricus
schrijver van de Wetterhoun en Stabyhoun