Authentieke werkhonden


Kortgeleden ontving ik een bijzondere fotoserie over authentieke (Friese) werkhonden. Interessant is dat er Wetterhounen of Wetterhounachtige honden buiten Friesland, rondom Rotterdam, voor  1900 voorkwamen. Uitzonderlijk is dat echter niet, omdat er meer afbeeldingen bestaan van ons favoriete hondenras buiten Friesland.

Simon van der Meulen, verzamelaar en Wetterhouneigenaar van het eerste uur, toont een kaart met daarop een Wetterhoun voor een kar waarop kinderen zitten als oorlogsvluchtelingen in Frankrijk of België ten tijde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De kaart staat hieronder afgebeeld. De middelste hond is een Wetterhoun of Wetterhounachtige hond.

Onderstaande Wetterhounen leefden voor 1900 in de waterrijke omgeving van Rotterdam, Pernis, de Hei, Rhoon en Portugaal. De inzender zegt dat haar voorouders altijd een roedel honden hadden van zes tot twaalf exemplaren. Vrijwel zeker werd er veel met ze gejaagd en stond er altijd een

een nieuwe generatie honden klaar. De kans is groot dat er met deze honden werd gefokt. Ik hou het voor mogelijk dat deze Wetterhounen werden ingezet voor de jacht op de otter. Dit type jacht was voor 1923 nog wettelijk toegestaan. De inzender schrijft dat er veel liefde en respect was voor de honden, zoals te zien op de foto. Ook klonk dit in de verhalen door die werden doorgegeven.

Er ligt een behoorlijk tijdsverschil tussen bovenstaande foto en onderstaande drie afbeeldingen, welke rond 1950 zijn genomen. Beroepsjager of broodjager Vermeer, geboren rond 1880 en familie van het echtpaar hierboven, is in actie met zijn dertienjarige hond Snip, die meer lijkt op een Stabyhoun dan een Wetterhoun.

Vermeer is actief in een met plaggen overdekte zalmschouw met links van de vaarboom werkhond Snip. Het was de bedoeling zeer voorzichtig en langzaam watervogels te benaderen. De jager liet op een bepaald moment de boot vanaf de hoge kant (de richting waar de wind vandaan kwam) afdrijven naar dat deel van het water waar het gevogelte verbleef. Muisstil waren jager en hond. Tegelijk hielden ze de vogels nauwlettend in de gaten totdat het meest geschikte moment werd gevonden om het schot te lossen.

 

Vermeer lost het schot, dat raak moest zijn, want een patroon kostte destijds 32 cent. Snip volgt zijn baas nauwlettend. Ook maakten jagers wel gebruik van een zogeheten ganzenroer, eendenroer of vletbuks: een vier meter lang geweer waarmee een pond hagel kon worden geschoten. De diameter van de loop was 5 cm. Het wapen werd aan de wal op de boot gemonteerd. De hagel verspreidde zich natuurlijk en zo konden veel meer vogels: smienten, eenden en ganzen worden getroffen.

Snip brengt het gevogelte binnen. Uiteraard was Snip een authentieke werkhond, waar de jager zuinig op was. De hond was uitermate belangrijk voor de broodwinning. De jager was namelijk zeer afhankelijk van de hond. Vermeer leverde geschoten wild op bestelling aan de poelier.

Op bovenstaande afbeelding uit 1925 staat slager Jan Roorda (1901-1980) uit Harkema met voor zijn kar twee honden met Stabyhounachtige kenmerken, aldus de familie. Deze bijzondere foto wordt afgebeeld om het historisch tijdsbeeld van authentieke (Friese) werkhonden zo compleet mogelijk te maken. Overigens werden ‘onze’ Friese honden niet ingezet voor of onder de hondenkar voor zwaardere vracht. Daar werden zogeheten Belgische maîtins voor gebruikt, een zwaar type dogachtige hond dat qua bouw overeenkomsten heeft met de Rottweiler.

Foto’s 2-5 en behorende tekstfragmenten van de inzender zijn ontleend aan een artikel uit De Katholieke Illustratie van 1951.

Wiebe Dooper

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Broodjager Vermeer beschikte ook over een eendenkooi. De twee afgebeelde eenden heetten Mina en Jaantje. Het is lastig te zien, maar aan de pootjes van de eenden zijn touwtjes bevestigd. Broodjager Vermeer jaagde rond 1950 nog net zoals zijn voorouders voor 1900 deden.