Het Durken plan

Inleiding
Ik schrok toen ik de huidige stamboom-Wetterhoun populatie bestudeerde. Ik heb nog nooit zoveel diversiteit verloren zien gaan in een populatie. Voor mij zijn hondenrassen een soort pareltjes, maar dan nog veel mooier: viervoeters die naast geweldige kameraden ook een cultureel erfgoed vertegenwoordigen. Maar de analyses wezen uit: in het geval van de Wetterhoun vertegenwoordigd de populatie maar ietsjes meer dan één hond. Er is verschrikkelijk veel uniek genetisch materiaal verloren gegaan. Hoe dat zo heeft kunnen komen, heb ik eerder al eens beschreven. Nog interessanter is het dat we er ook iets aan kunnen doen. Daartoe heb ik een plan opgesteld. Er zullen vaker stukjes verschijnen over delen van dit plan. Als u bij wilt dragen aan dit plan dan kan dat in eerste instantie door uw steun te betuigen in een e-mail: fokken@dwvn.nl . In een later stadium komen er meer mogelijkheden om hulp te bieden aan dit plan.

Het onderstaande plan beschrijft dus de hernieuwing van de diversiteit in de Wetterhoun. Dit is een vrij nauwkeurige en droge beschrijving en ik waarschuw u alvast: dit is niet heel interessant om te lezen! Het is een handleiding om uit te voeren zodat de Wetterhoun, een bredere vertegenwoordiger wordt van het Friese erfgoed; opdat deze zwarte en bruine/ bonte parels weer mogen glanzen.

Dr. ir. Pieter Oliehoek – geneticus gespecialiseerd op behoud van populaties 

Durken plan.
Een hondenras is niet enkel een groep dieren die er hetzelfde uit ziet. Een hondenras is ook een vertegenwoordiging van een oorspronkelijke populatie van een bepaalde streek. Bijna alle rassen zijn zo ontstaan. In een streek bevond zich een hondenpopulatie met een bepaald doel. De variatie in zo’n populatie was vaak hoog.

Zodra een stamboom wordt opgesteld en de dieren in hondenshows worden tentoongesteld, vond vrijwel altijd selectie plaats op een bepaald type. De oorspronkelijke populatie stierf meestal uit; de stamboek-populatie nam het stokje over. In de loop van tijd stabiliseert zo’n type zich en is een ras duidelijk te onderscheiden van elk ander ras. Deze nieuwe populatie dient als de vertegenwoordiger van deze oorspronkelijke streekgebonden populatie.

In het geval van de Wetterhoun is het gebruiksdoel, ondersteuning bij de jacht, van mollen tot otters. Waar bij vele rassen de oorspronkelijk variatie-rijke populatie is verdwenen, is in Friesland echter nog steeds zo’n populatie aanwezig. Deze dieren worden ook wel Durken genoemd.

De genetische diversiteit in de (‘tentoonstellings’-) Wetterhoun populatie is laag. Wellicht te laag, want dezelfde diversiteit zou opgebouwd kunnen worden met minder dan anderhalve onverwante hond. Hier zijn twee problemen mee; (1) zo’n lage diversiteit brengt een enorm gezondheidsrisico met zich mee. Veel rassen zijn onder dezelfde omstandigheden getroffen door een hoge aanwezigheid van ‘rasgebonden’ ziektes. Een tweede probleem is echter dat het gehele ras nog maar 1.3 hond van de oorspronkelijke populatie Friese ‘wetter’jagers vertegenwoordigd. Met het project Durken willen wij deze problemen aanpakken.

Voordat het plan verder wordt uitgeschreven, is het vermeldenswaardig, dat er een algemeen misverstand bestaat over het fokken van een ‘type’. Met type kunnen we niet alleen uiterlijk, maar ook gedrag verstaan. Van oudsher is het bereiken van een uniform type veelal bereikt door middel van inteelt en zeer sterke selectie. Sterke selectie op zichzelf  veroorzaakt op haar beurt wederom inteelt, doch met een vertraging van een paar generaties. Om deze reden is fokzuiver vaak gelijkgesteld aan de term inteelt.

En daar ligt het misverstand. Deze vorm, sterke selectie, gepaard met inteelt, is echter niet de enige manier van het bereiken van een uniform type. Het is wel degelijk mogelijk om een uniform type te bereiken, terwijl er veel diversiteit behouden blijft in het ras.

De manier om dit te doen is zowel te selecteren vóór diversiteit alsmede vóór een uniform type. In feite is dit de manier zoals de natuur werkt.

Dit is de reden waarom bijvoorbeeld de Afrikaanse Wilde hond er over het algemeen hetzelfde uitziet. Dat is niet bereikt door hoge mate van selectie en inteelt, maar door geleidelijke selectie op een op de omgeving aangepast type.

Ditzelfde willen we bereiken met de Wetterhoun: een uniform ras met een hoge mate van diversiteit, die Friesland vertegenwoordigd.

Fase I: Inventariseren (2 jaar)
Er zal een kandidaten lijst opgesteld worden met honden die in ‘redelijke mate’ in de buurt komen van de ideale Wetterhoun. In dit stadium is het nog niet van belang om uitgebreid de rasstandaard naast het betreffende dier te leggen. Wel is het van belang om de afstamming van deze dieren zo goed mogelijk in te schatten.

De volgende vragen moeten – indien mogelijk – beantwoord te worden.

  • Komen de voorouders van deze hond daadwerkelijk uit Friesland?
  • Zit er wellicht stamboek-Wetterhoun bloed in (één van) de ouders?
  • Zitten er andere stamboekhonden (Stabij of Labrador Retriever) in de ouders?
  • De lijst zal aangevuld moeten worden met foto’s van het dier zelf, indien mogelijk van zijn ouders en misschien zelfs van zijn/haar overige voorouders.

Fase II: Selecteren (aan het einde van fase I)

Vanuit een kandidatenlijst zullen zo’n 20-30 van de meest geschikte honden onderworpen worden aan een uitgebreidere keuring. Dat zal zijn:

  • op gezondheid (dierenarts)
  • uiterlijk (keurmeester).
  • Gedrag-testen zou in dit stadium wenselijk zijn, maar niet noodzakelijk, omdat het gedrag dat het dier vertoont, maar in zeer beperkte mate voorspelbaar is voor het gedrag dat dit dier overerft. De hond dient in zijn eigen omgeving beoordeeld te worden, omdat veel erfhonden nooit buiten hun erf komen.

Uit deze 20-30 honden worden ongeveer 9 reuen en 6 teven geselecteerd, die een nestje kunnen gaan fokken. Deze 15 honden worden vanaf nu Founders genoemd. Voor de teven zal flexibiliteit in acht moeten worden genomen, omdat van de teef-eigenaren een behoorlijke inspanning gevraagd wordt. Dit is tevens de reden voor het ongelijke aantal tussen reuen en teven. Idealiter zou het aantal gelijk zijn (en zo hoog mogelijk).

De 15 Founders zullen samen met zorgvuldig geselecteerde stamboom-Wetterhounen een uitgebreide genotypische analyse ondergaan. De kosten die hiervoor gemaakt gaan worden, bestaan niet enkel uit de genotypering, maar ook uit de analyse van de gegevens die gevonden worden. De DNA-markers zullen moeten worden ‘vertaalt’ in ‘kinship’ (verwantschap). Deze verwantschap kan vertellen of die Founders niet stiekem toch heel dicht bij de huidige populatie staan. Als dat het geval zou zijn, is er namelijk niet wezenlijk sprake van een hernieuwing van het ras. Dit zou bijvoorbeeld op kunnen treden als de honden die geselecteerd waren in feite stamboomhonden waren, maar dan zonder stamboom. Voor de genotypering is MyDogDNA een mogelijk geschikte partner. Maar andere organisaties met een zeer uitgebreide genotypering voor honden, kunnen ook een mogelijkheid zijn.

Onder deze genotypering valt tegelijkertijd een screening voor bekende genetische afwijkingen. Houdt hierbij in de gaten dat het van belang is om per test de betrouwbaarheid na te gaan, gezien veel testen rasgebonden zijn en/of niet het zieke gen identificeren, maar een gen wat daar in de buurt ligt. In deze gevallen kan het goed mogelijk zijn dat een vals positieve uitslag wordt gemeten.

De aanwezigheid van een genetisch recessieve ziekte betekent overigens niet dat het dier níet ingezet zal worden in de fokkerij. Wel zullen tijdens de komende generaties, deze ziekten weg geselecteerd worden. Het zou kunnen dat de financiële middelen niet toereikend zijn voor de bovengenoemde genotypering. In dat geval zouden de Founders ten minste de standaard DNA-microsatellieten-genotypering ondergaan, die eveneens door de Raad van Beheer gebruikt wordt.

Fase III: Nesten fokken (2- 4 jaar)
Per nest zullen 2 reuen worden ingezet, om de spreiding van genen alsmede de kans van een geslaagde dekking te bevorderen. Alle nesten worden uiteraard gegenotypeerd, zodat de nakomelingen tezijnertijd opgenomen kunnen worden in het voorlopig register.

Vanaf deze fase is het van belang om per nakomelingen een score vast te stellen voor rasspecifieke kenmerken. Een puntensysteem per kenmerken kan gebruikt worden om een totaalscore te verkrijgen in welke mate het dier overeenkomt met het ideaalbeeld van de Wetterhoun. Er staan voorbeelden van zo’n puntenschema in diverse rasstandaarden. Maar mogelijkerwijs wijken we af van zo’n schema.

Fase IV: vervolgnesten (5 – 10 jaar)
Het is niet mogelijk om nu al te bepalen hoe de vervolgnesten gefokt dienen te worden. Dit hangt af van het aantal succesvolle dekkingen, het animo van nieuwe eigenaren voor gefokte pups en de scores die gehaald worden door de eerste generatie. De beslissingen in deze fase dienen echter wel de volgende principes te volgen:

  • De verdeling van de bijdrage van elke gebruikte Founder (kandidaat hond), dient min of meer gelijk te blijven. Een manier om dat de bereiken is uit grofweg elk nest 1-3 pups geselecteerde moeten worden die zelf weer mee gaan doen. Idealiter wordt de bijdrage simpelweg doorgerekend met behulp van de stamboom.
  • De honden die het meest aan het rastype voldoen krijgen voorrang boven de overige nestgenoten.
  • 3) Indien genetisch (recessieve) ziekten geconstateerd zijn, worden die in deze fase vermeden, zo lang het eerste principes maar gehandhaafd blijft. Indien dat nog niet gebeurd is zal in de volgende fase definitief afscheid genomen worden van deze geconstateerde recessieve ziekten. Let op: voor de meeste genetische ziekten zijn geen testen beschikbaar. Vrijwel elke hond heeft 4 of 5 genetische ziekten bij zich. Dat is geen probleem zolang er voldoende diversiteit in het ras aanwezig is.

Fase V: volledige opname (start over 10 jaar, loopt nog zo’n 10 jaar door)

Deze fase is cruciaal in het verbeteren van de diversiteit van het ras, gecombineerd met het behoud van het type van de Wetterhoun. Ook in deze fase is het moeilijk om nu al een exact plan op te stellen. Dit zijn de belangrijkste principes:

  • Raskenmerken: Na zo’n 3 generaties, moet redelijk voorspelbaar zijn, wat de ‘fokwaarde’* is per dier. Dat houdt in dat we kunnen weten in hoeverre nakomelingen overeen gaan komen met het ideale rastype. Per kenmerk kan deze voorspelbaarheid verschillen, maar ook deze ‘onvoorspelbaarheid’ per kenmerk zal nu bekend zijn. Dit wordt uitgedrukt in de erfelijkheidsgraad per kenmerk. De fokwaarde voor schofthoogte is bij vrijwel alle rassen zeer betrouwbaar te voorspellen (heeft een hoge erfelijkheidsgraad), terwijl van gedrag bekend is dat hier veel moeilijker op te fokken is (heeft vaak een zeer lage erfelijkheidsgraad). Voor andere kenmerken (bijvoorbeeld het aantal nakomelingen) is deze voorspelbaarheid zeer verschillend tussen rassen. Voor de Wetterhounen en Durken kan per raskenmerk de erfelijkheidgraad en dus de fokwaarde bepaald gaan worden.

Diversiteit: Idealiter zouden de Durken twee/derde van de populatie voor hun rekening gaan nemen. Let op: dit hoeft niet binnen één generatie. De Durken kunnen over de generaties heen steeds meer bijdragen gaan leveren aan de huidige populatie. Ook is het van belang dat nog steeds alle Founders in gelijke mate vertegenwoordigd blijven. Dit is te berekenen met “Optimal Contributions”, maar ook “mean kinship” (fokken voor genetische diversiteit)

  • kan hier van nut zijn.
  • Raskenmerken & Diversiteit: In de terugfokfase, dienen de Durken en hun nakomelingen veel nesten te krijgen met de bestaande stamboek-Wetterhounen. “Proefnestjes”, zullen nauwelijks effect hebben in deze fase.

Het is wezenlijk van belang dat de inmiddels beproefde Durken in zeer ruime mate worden ingezet voor de fokkerij.
De reden is: 1. naast het bevorderen van de diversiteit
2. door de hoge aantal nakomelingen kan de selectie op uiterlijk           van deze nakomelingen ook sterk verscherpt worden. Op deze manier ontstaat precies datgene wat een ras zo boeiend kan maken:

Uniform in raskenmerken, maar divers in haar mogelijkheden en dus gezond!

Fase V – Alternatieven:
Indien de contributie van de Wetterhoun-Durken laag blijft en niet voorbij enkele “proefnestjes” gaat, is het van belang om naast het inzetten van reuen op de ‘stamboom’-teven de teven onderling te blijven kruisen met de reuen. In fokkerij-termen spreek je dan van “nucleus-breeding”, een beperkte groep binnen de gehele populatie houdt bepaalde kenmerken vast vóór de gehele populatie. Idealiter zijn dit zo’n 30 – 40 actief gebruikte honden. De inmenging over de gehele populatie zal op den duur vanuit deze ‘harde kern’ alsnog plaats kunnen vinden.

Daarnaast is het mogelijk om sperma in te vriezen van de Wetterhoun-Durken. Ingevroren sperma, tezamen met een uitgebreide beschrijving en foto’s behoud tenminste de mannelijke tak.

*Fokwaardeschatting
Er bestaat een wiskundige methode waarbij de genetische aanleg van een dier kan worden geschat. Je schat dan hoe goed het dier als ouder voor de volgende generatie zal zijn. Met andere woorden: je schat de waarde van het dier voor de fokkerij: de fokwaarde dus. Er zijn twee belangrijke voordelen van het gebruik van fokwaarden ten opzichte van selectie op basis van metingen: 1. de fokwaarde is een schatting van de aanleg van het dier, waarbij rekening is gehouden met het verschil in omgeving, voeding, training, en alle andere externe invloeden voor zover die bekend zijn. De fokwaarde is dus gecorrigeerd voor milieu-invloeden. 2. bij de schatting van de fokwaarde wordt niet alleen de eigen prestatie, maar ook de prestaties van alle verwante dieren meegenomen. Daardoor is er meer informatie beschikbaar en kan de genetische aanleg beter geschat worden.
Deze beide punten zorgen dat de fokwaarde in bijna alle gevallen een meer nauwkeurige maat voor de genetische aanleg van een dier is dan alleen de metingen aan het dier of aan verwanten van het dier.

Fokwaarden worden al jaren standaard gebruikt in de fokkerij van landbouwhuisdieren. Maar ook bij een aantal paarden-, pony- en schapenstamboeken worden fokwaarden gebruikt. Een aantal hondenrasverenigingen zijn bezig met de voorbereidingen. Binnen de stamboeken en commerciële fokkerijen worden met vaste intervallen (bijvoorbeeld dag, week, maand, kwartaal, jaar, afhankelijk van de instelling) de fokwaarden opnieuw geschat. Dit omdat er in de tussentijd mogelijk extra dingen zijn gemeten aan de dieren zelf of aan verwante dieren.
Deze extra informatie kan invloed hebben op de geschatte fokwaarde. Want hoe meer informatie, hoe nauwkeuriger je de fokwaarde van een dier kunt schatten. Bij de meeste stamboeken en fokkerijen worden de fokwaarden vervolgens gepubliceerd, zodat de eigenaren van de vrouwelijke dieren een keuze kunnen maken uit de beschikbare mannelijke dieren. Bij andere stamboeken of fokkerijen is dit niet het geval. Dat kan zijn omdat zij zelf de selectiebeslissingen nemen. Dit is het geval bij de commerciële varkens en pluimvee fokkerijen.

 

Pieter Oliehoek, populatie geneticus