Dick Visser en  Monique Adriaanse jagen met Lex, een Wetterhoun, en Stabyhoun Bink

 

Dick Visser en  Monique Adriaanse wonen in een dorp vlakbij Rotterdam. Ze jagen met Lex, een Wetterhoun, de Stabyhoun Bink.  En: “Gelukkig hebben wij in Philip Modijefsky nu een trainer gevonden die onze rassen kent en ook de jacht.  We moeten  wel  een flinke reis maken, maar dat accepteren we”, aldus Dick.

1. Hoe verklaart u het virus om de jacht uit te oefenen met twee Friese hondenrassen.

 

Onder andere omdat mijn vader geboren is in Dantumadeel (Friesland) heb ik twintig jaar geleden gekozen voor een Stabyhoun  als huishond. Omdat ik  wat met deze hond wilde doen, zijn we naar jachttraining gegaan. Via de jachttraining kwam ik in contact met een jager die trainde met een Wetterhoun. Ik  mocht regelmatig met hem mee op jacht. Tot deze hond circa acht  jaar geleden overleed.

Na enige jaren zonder hond te hebben geleefd, besloten mijn partner en ik weer een  Stabyhoun als huishond te kopen.  Toen we deze één  week hadden, kwamen we de jager weer tegen, die ik ruim acht  jaar niet meer had gezien. Hij nodigde mij direct weer uit voor de jacht. Gelijk zei ik: ‘Ja’. Monique vond de jacht en alles eromheen ook interessant. We konden zelfs lid worden van de Jachtcombinatie. Vanwege het gegeven dat we samen jaagden, ontstond de behoefte aan een tweede hond.  Dit moest ook een Fries worden. Dat werd dus een Wetterhoun.

2. In welke opzichten is Wetterhoun Lex een snelle leerling? En waarin valt dat tegen.

Hij is een snelle leerling als het erop aankomt om iets in de bek te nemen.  Hij wil alles oppakken. Of het nou een handdoek is, of een vieze half verrotte rat. Het maakt niet uit. Wat hij vindt, wil hij laten zien en pakt het op. Dus het apporteren gaat vlot. 

Lex lijkt met andere dingen een minder snelle leerling. Dit komt, volgens mij, omdat hij alles voor 200% doet. Hij is druk met van alles en nog wat. Het komt erop neer dat hij heel snel is afgeleid. Volgens mij luistert hij dan ook maar met een half oor naar mijn opdracht en geeft er verder zijn eigen invulling aan. Een “zit en wacht” of “volg”, is aan hem (nog) niet goed besteed. Gelukkig kunnen wij er om lachen. De praktijk is namelijk ons doel en niet het deelnemen aan een jachtwedstrijd. 

3. Welke specifieke kwaliteiten schrijft u de Wetterhoun toe ten aanzien van het opzoeken van het wild waarna het kan worden geschoten?

Lex  blijft dichter bij het geweer,  en  zoekt minder actief dan onze Stabyhoun, voordat er geschoten kan worden. Ik vind de kwaliteiten van de Wetterhoun  voor het schot nu dus eigenlijk minder. Maar dit kan met de leeftijd en ervaring van Lex te maken hebben.  Onze Stabyhoun  was veel moeilijker aan het apporteren te krijgen en dat gaat nu pas  na drie jaar komen.  

4. Wat voor type jachttrainer wenst u? En is uw verwachting uitgekomen?

Ik zoek een trainer met kennis van de rassen en de jachtpraktijk. Helaas zijn die moeilijk te vinden. In de loop der tijden heb ik heel wat trainers “versleten”. De meeste trainers hebben namelijk wedstrijden als hèt ideaal  voor ogen en dus vooral het werken met  een Labrador. Dat is hun kennis en kunde. Daar zijn ze vaak groot mee geworden. Niets ten nadele hoor maar helaas werkt dat niet bij mij en mijn Friezen, zo is gebleken. Gelukkig hebben wij in Philip Modijefsky nu een trainer gevonden die onze rassen kent en ook de jacht.  We moeten  wel  een flinke reis maken, maar dat accepteren we.  Verder zijn wij onlangs gestart bij een tweede trainer; Herman Riemslag van Zwartgoud training. Ook hij heeft kennis van onze rassen en de jachtpraktijk. 

5. In hoeverre kent deze jachttrainer de specifieke jachteigenschappen van de Wetterhoun?

Philip heeft zelf een Wetterhoun en hij heeft sinds kort een F2 Wetter pup waarmee hij grote plannen heeft. Dus met die kennis zit het wel goed, denk ik. En ook Herman heeft ruime ervaring met Friezen. 

6. Waarin onderscheidt zich het jachttalent van Wetterhoun Lex ten aanzien van Stabyhoun Bink?

Bink, is goed in het werk voor het schot. Hij is echt op zoek naar het wild, speurt de lucht en grond af naar geurtjes van het wild. Wetterhoun  Lex, pakt alles op, wil echt alles apporteren. Zijn talent ligt dus vooral na het schot. Dit was ook de reden dat ik voor deze combinatie van rassen heb gekozen.

7. Welke verwachtingen koestert u voor de toekomst inzake de kwaliteiten van Lex en Bink?

Ik verwacht, of eigenlijk hoop, dat Lex serieuzer zal zoeken voor het schot. En van Bink dat hij echt alles dat geschoten is zal apporteren.  Voor beiden zal gelden: het zijn echte praktijkhonden. Zij zullen nooit hoge ogen gooien op wedstrijden. Voor mij is dat prima. Ik wil bijvoorbeeld mijn honden niet hoeven te dirigeren. Zij moeten werken/zoeken. Niet ik. Wanneer er een dier ziek geschoten is, dan is hun neus beter geschikt om het te vinden,  dan mijn ogen. Tuurlijk zal ik ze helpen als dat nodig is maar dat is meestal niet zo. 

Ik zie dat ook bij de Wetterhounen  van onze collega-jager. Er wordt geschoten. En de hond gaat er op af om het apport te halen. Dat kan één  minuut duren als het dood ligt, maar ook langer als het niet gelijk dood ligt. Maar het wild komt binnen: altijd. Ondertussen zijn wij, jagers, bezig met wat wij doen: jagen.  

8. In hoeverre voldoet Lex aan de bekende gedragskenmerken van de Wetterhoun? En waarin is dat niet zo?

Het is mijn eerste Wetterhoun. Ik kan dus slecht vergelijken met andere exemplaren. En de gedragskenmerken die beschreven staan verschillen soms met Lex’ gedrag. Feit is wel dat wanneer hij iets moet doen, hij het vol overgave en het op zijn manier doet en zich eigenlijk door niets laat tegenhouden. Hij wil graag bij ons zijn en samen met zijn “roedel” iets doen. . Ook zie ik dat wanneer hij geen opdracht krijgt, hij zijn eigen opdracht lijkt te verzinnen. Hij let dan vaak ook heel erg op Bink. En richt zich daar ook naar.  

9. Hoe verloopt de samenwerking met uw partner in de jachttraining? Welke afspraken bestaan er zoal? En worden die soms bijgesteld?

In principe train ik met Lex en mijn partner met Bink. Dit omdat ik meer ervaring heb met honden,  Bink al heel veel kent en weet en zich ook  meestal beter weet te concentreren en meer aandacht heeft voor zijn eigen training.  

Lex is echt een jonge hond, heeft aandacht voor alles, van vallende blaadjes en vliegjes tot het  meekijken met Bink. Hij is dus heel lastig bij de les te houden. Bovendien ook erg sterk.  Met zaken die beide honden kennen en weten,  wisselen we af omdat beide honden instructies van ons allebei moeten kunnen krijgen en uitvoeren. Afspraken zijn er vooral over het gebruik van de commando’s. En ja, soms worden zaken bijgesteld, omdat omstandigheden daarom vragen. 

10. In hoeverre is de Wetterhoun zelfstandiger in staat te werken in de jacht dan de Stabyhoun?

Ik denk niet dat je kunt spreken van zelfstandiger werken. Het zijn rassen met een ander soort aanleg. De jacht zoals wij die beoefenen vraagt eigenlijk  vooral gehoorzaamheid. Voor de honden is er weinig ruimte voor zelfstandigheid. Alhoewel ik moet zeggen dat het uitvoeren van sommige opdrachten wel heel veel ruimte laat voor zelfstandigheid. Omdat Lex nog relatief jong is en weinig echt actief in het veld is geweest vind ik het nog wat vroeg om deze vergelijking te maken.