Kaalheid bij de Wetterhoun

*Deze cliënten hand-out is bedoeld als ondersteuning van het consult door de dierenarts. De tekst gaat ervan uit dat uw huisdier al door de dierenarts is gezien. De adviezen in de hand-out gelden alleen voor dieren bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de dierenarts!

Bedenk bij het lezen dat de gezondheidssituatie van uw huisdier anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.
Verder worden al onze hand-outs vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING
Al sinds de 60-ger jaren van de vorige eeuw zien we bij de Wetterhoun regelmatig een typische huidklacht. Vooral in de 70-iger jaren kwam deze huidklacht veelvuldig voor. Een tijd lang is het wat ‘rustig’ geweest, maar het lijkt erop, dat de laatste 10 jaar de huidklacht toch weer frequenter voorkomt.

ZIEKTEBEELD
Er is sprake van een symmetrische kaalheid op de volgende plekken:

Rond de anus en de vulva of testikels (perineum)
Beiderzijds op de achterzijde van de achterpoten (broek)
Een typische kale plek boven op de staart op ongeveer een handbreedte afstand van de staartinplant.
Soms ook kaalheid ter hoogte van de beide zitbeenknobbels
Meestal is er een opvallende kaalheid van de flanken, beiderzijds; een smalle strook haar resteert nog op de rug.
In ernstige gevallen zien we ook kaalheid in het hals en nek gebied
Zeer opvallend is de symmetrische kaalheid achter de beide oren.

Die kaalheid achter de oren treedt spontaan op, is derhalve niet het resultaat van krabben aan de oren ten gevolge van een ontsteking van de uitwendige gehoorgang. Enige mate van oorsmeer is bij de Wetterhoun normaal en behoeft geen behandeling, ook niet met oorcleaners. Behandeling van de oren moet niet eerder plaats vinden dan wanneer er verschijnselen zijn van oorontsteking: pijn, jeuk, waardoor de hond frequent krabt aan de oren of veelvuldig schudt met zijn kop.

Vaak is de kale huid wat gepigmenteerd (donker); soms is de huid verdikt en kan dan ijskoud aanvoelen.

Er kan sprake zijn van heftige jeuk, maar veel vaker is de hond jeukvrij.

Als er sprake is van jeuk zien we vaak ook harde droge pukkels. Deze worden meestal veroorzaakt door een bacteriële infectie of bacteriële allergie.
In een aantal gevallen zien we dat de jeuk veroorzaakt wordt door een vlooien of mijtallergie; in dat geval is er meestal ook sprake van kaalheid van het kruis en de rug en zien we niet de typische strook haar over de rug, omdat deze is kapot gebeten of geschuurd.

Meestal zien we een chronische slijmerige uitvloeiing uit de ogen.

Bijkomende symptomen, zoals overgewicht, verhoogde eetlust (maar wel normaal drinken), traagheid / apathie / slaperigheid, verminderd uithoudingsvermogen, afhangende slappe melkklierpakketten (teef) of balzak (reu) treden niet altijd op. Deze bijkomende symptomen maken nog eens extra duidelijk wat de oorzaak is van deze symmetrische kaalheid: een te traag werkende schildklier (hypothyreoidie).

NOTA BENE
Uit jarenlange en vele ervaringen met deze huidklacht is vastgesteld, dat toediening van corticosteroïden (prednison en verwante producten) dikwijls aanleiding zijn tot het manifest worden van deze klachten.

Vaak zagen en zien wij, dat een jonge Wetterhoun bij de dierenarts komt met jeuk op het kruis, mogelijk tengevolge van een verdwaalde vlo. Om de jeuk te onderdrukken wordt ‘standaard’ een corticosteroïd injectie toegediend. De jeuk verdwijnt weliswaar snel, maar na enkele weken zien we geleidelijk de typisch huidklacht ontstaat.

Neem deze waarschuwing serieus en zeg het ook tegen uw dierenarts. Veel dierenartsen weten dit niet.

Geen corticosteroïden bij een Wetterhoun!!!

DIAGNOSE
De typische huidklacht manifesteert zich meestal op de leeftijd van circa 10 – 18 maanden. Het komt zowel bij reuen en als bij teven voor.

Het typische beeld is meestal voldoende om de diagnose te stellen. Om er zeker van te zijn, dat er sprake is van een onderliggend schildklierprobleem moeten we bloedonderzoek doen.

Het gebruikelijke routine onderzoek van het bloed bestaat uit meting van de T4 (schildklierhormoon) en meting van de TSH (hypofyse hormoon); dat laatste hormoon zet de schildklier aan om T4 te produceren en uit te scheiden.

Zie: Schildklier, te traag werkende –

De normaalwaarden zijn: T4 = 19 – 46 nmol/l; TSH = < 0.5 ng/ml; bij een echte primaire hypothyreoidie is de T4 (veel) te laag en de TSH (veel) te hoog.

Dit bloedonderzoek is niet altijd, zo blijkt bij het testen van veel Wetterhounen, heel betrouwbaar. Soms vinden we bij een Wetterhoun met alle verschijnselen van hypothyreoidie inclusief alle typische huidsymptomen een volledig normaal bloedbeeld en andersom: een volledig normale Wetterhoun met een (sterk) afwijkend bloedbeeld.

Een praktische tip is in elk geval: laat behalve de T4 ook altijd de TSH meten. Er zijn dierenartsen en laboratoria die adviseren om bij een normale T4 geen TSH meting te doen en dat is niet juist. Bij de Wetterhoun zien we namelijk heel vaak een (laag)normale T4 bij een veel te hoge TSH.

Willen we nauwkeuriger weten of en wat er aan de hand is met de schildklier moeten we nader specialistisch onderzoek doen. Maar:

Een tweede praktische tip is: het beste bewijs voor een te traag werkende schildklier is als binnen 6 – 8 weken na het begin van de behandeling met schildklierhormoon alle klachten verdwenen zijn en de vachtconditie perfect is en de hond wederom levendig is en weer een goed uithoudingsvermogen heeft.

BEHANDELING
De klacht is in de meeste gevallen goed op te lossen. Hieronder vind u de mogelijkheden:

Graphites D6
Deze homeopathische behandeling is zeer beproefd gebleken bij de typische symmetrische kaalheid bij de Wetterhoun, vooral als er geen sprake is van jeuk en de hond niet de bijkomende verschijnselen heeft, zoals apathie, gebrek aan uithoudingsvermogen en overgewicht. Soms echter kunnen lichte verschijnselen van sloomheid en verminderd uithoudingsvermogen toch nog wel reageren op Graphites.

Forthyron®
Schildklierhormoon – Forthyron®, vroeger L-thyroxine®) – wordt voorgeschreven in hardnekkige gevallen en wanneer blijkt uit het bloed, dat er duidelijk sprake is van een hypothyreoidie. Dit moet levenslang worden toegediend. Bij hormonen denken we natuurlijk meteen aan verschrikkelijke bijwerkingen. Maar u kunt gerust zijn! Toediening van schildklierhormonen aan een hypothyreoidie patiënt heeft, ook op de zeer lange termijn, geen bijwerkingen.

Antibiotica
In geval van een bacteriële infectie is een gerichte antibioticum kuur geïndiceerd. Deze kan gecombineerd worden met toediening van het schildklierhormoon. Als een Wetterhoun heel positief reageert op antibiotica, m.a.w. pukkels en jeuk verdwijnen als sneeuw voor de zon, maar er treedt weer een recidief op, ondanks het feit dat we de onderliggende klacht hypothyreoidie behandelen met schildklierhormoon, dan kunnen we de patiënt behandelen met een autonosode.

In de homeopathie kennen we het weerstandsverhogende middel Echinacea purpurea (MacSamuel Weerstand), dat bij milde bacteriële infecties ingezet kan worden in plaats van antibiotica.

Vlo / mijtallergie
Meestal is het behandelen met een bestrijdingsmiddel tegen vlooien en / of mijten onvoldoende. In de homeopathie hebben we het middel MacSamuel Huid tonicum, dat we 2 x per week toedienen. In de reguliere diergeneeskunde kunnen we na het uitvoeren van een intradermale allergietest en het vaststellen van de oorzakelijke allergenen een hyposensibilisatie uitvoeren. Dit alles kan gewoon naast de behandeling van het onderliggende schildklierprobleem.

Omega-3 Vetzuren
Om de vachtconditie extra te ondersteunen kunnen we gedurende langere tijd, bijvoorbeeld 3 maanden, omega-3 vetzuren (Doils®) toedienen.